Papaverplanten zijn big business in Afghanistan. Je kunt er namelijk opium van maken. Dat kun je verder opwerken tot verdovende middelen als heroïne en morfine. De Afghaanse boeren hebben daar zelf weinig mee te maken. Zij kweken en verkopen de planten simpelweg om hun gezin te kunnen onderhouden, maar ondertussen veroorzaakt opium wel een heleboel ellende in de wereld.

Het Duits-Afghaanse project ‘Roses for Nangarhar’ probeert daar verandering in te brengen. Opiumboeren in de provincie Nangarhar, tegen de grens met Pakistan, krijgen rozen als alternatief aangeboden. Ze plukken de rozenblaadjes, waarvan vervolgens geurige olie of rozenwater wordt gemaakt. Bijkomend voordeel: de rozenteelt is gemakkelijker dan het kweken van papaver. Ook creëer je gelijk meer banen, omdat het plukken van rozenblaadjes een arbeidsintensief werkje is: er zijn veel rozenblaadjes nodig voor een klein beetje olie, en ze moeten snel worden verwerkt.

„Legale rozenteelt is gemakkelijker dan het kweken van papaver voor opium.”

De Afghaanse boeren zijn blij met deze legale manier van geld verdienen. De initiatiefnemers van het project verwachten dat deze aanpak ook kan werken in Afrikaanse landen. Er is wel even een investering voor nodig: om de overstap te maken van papaver- naar rozenteelt krijgen de boeren vanuit het projectfonds een jaar lang salaris uitbetaald. De boeren zelf zijn er zeer over te spreken: „Rozen zijn beter dan papaver!”


Weet meer